Tenslotte
Overdracht van taken aan de gemeenten
De Provincie draagt in de komende jaren een aantal taken over aan gemeenten. De taken van het bestuur worden op een niveau zo dicht mogelijk bij de burger gelegd. Per terrein zijn ten hoogste twee bestuurslagen betrokken bij hetzelfde onderwerp. Activiteiten die niet als kerntaak worden beschouwd worden gefaseerd in twee jaar afgebouwd en/of voorbereid op de overdracht aan gemeenten. Tot die tijd heeft de Provincie een wettelijke verantwoordelijkheid.De gemeente staat het dichtst bij de burger en is het eerste gezicht van de overheid. De overdracht van taken is vooral een grote uitdaging voor de huidige activiteiten in het welzijns- en sociale domein (inclusief ouderenwerk en culturele activiteiten). Dit moet zorgvuldig en met voldoende waarborgen voor kwaliteit plaatsvinden.
Bij het overdragen van taken aan de gemeenten moet de kennis die nu bij de Provincie zit niet verloren gaan, maar ingezet worden om te waarborgen dat gemeenten de betreffende taken adequaat kunnen overnemen. De toetsing moet in het overdrachtsproces opgenomen zijn en de Provincie moet daarop een beslissing kunnen nemen.
Financiën op orde
De Provincie zal worden geconfronteerd met afnemende financiële middelen. De economische crisis zal tot lagere inkomsten leiden, terwijl ook de jaarlijkse Rijksbijdrage via het provinciefonds wordt beperkt. D66 vindt dat de Provincie verder aan doelmatigheid moet winnen. Die levert echte bezuinigingen op.Kerntaken en keuzes maken
De Provincie concentreert zich op haar kerntaken en past daar haar investeringen en ook haar organisatie op aan. Er zullen aldus duidelijke keuzes gemaakt moeten worden om het nog wel beschikbare geld zo goed mogelijk in te zetten, zodat de burger zo min mogelijk geraakt wordt. Want een verhoging van de provinciale belastingen (de opcenten) ligt voor D66 beslist niet voor de hand. De zogenaamde bezuinigingen van het kabinet bestaan immers voor een groot deel al uit lastenverzwaringen voor de burger.Noord-Holland zal dus budgettaire discipline moet tonen. De komende begrotingen zullen dan ook sober moeten zijn. Budgetten worden zorgvuldig overgedragen. D66 blijft benadrukken, dat openbaar vervoer zowel een belangrijke economische als sociale factor is. Daarom wil D66 nadrukkelijk niet bezuinigen op openbaar vervoer. Dus buurtbussen blijven rijden.
Financiering van activiteiten die niet als kerntaak worden beschouwd wordt gefaseerd in twee jaar afgebouwd en/of voorbereid op overdracht, zodat de begroting voor 2014 volledig gericht is op de kerntaken. Als we dit krachtig uitvoeren, geven we zekerheid aan alle betrokkenen.
Door meer met andere provincies samen te werken op terreinen waar gemeenschappelijke belangen of uitdagingen bestaan, hoeft niet steeds opnieuw het wiel te worden uitgevonden. Kostenbesparingen worden gerealiseerd door het opzetten van een gemeenschappelijk service center met andere overheden. Onder meer de automatisering en de inkoop van kantoorbenodigdheden kunnen hier worden ingebracht. De externe inhuur van medewerkers wordt tot een minimum beperkt.
De vermindering van taken en het verhogen van de doelmatigheid leiden tot een kleinere ambtelijke organisatie. Dit betreft zowel de medewerkers op het provinciehuis als ook de diverse uitvoeringsdiensten die door de Provincie worden aangestuurd of gefinancierd.
Financieel beheer
De Provincie is geen belegger om het beleggen. Het geld dat de Provincie tot haar beschikking heeft, is bedoeld voor beleidsuitvoering. Rendementen op kasgelden hoeven dus niet geoptimaliseerd te worden en risico’s dienen uitgesloten te zijn.De Provincie is geen verstrekker van risicodragend kapitaal. De Provincie heeft om haar doelstellingen te bereiken andere middelen tot haar beschikking, die vooral gericht zijn op het faciliteren van omstandigheden. Het actief deelnemen als financieel partner kan leiden tot belangenverstrengeling. Dat moet vermeden worden, want dit kan leiden tot verstoren van marktverhoudingen en kan aangemerkt worden als staatssteun. Daar waar opportuun, dient de Provincie dan ook haar financiële deelnemingen af te stoten.
Principieel horen overtollige gelden zichtbaar ten goede te komen aan de inwoners. Van reserves en voorzieningen dient jaarlijks te worden nagegaan of ze nog noodzakelijk zijn. De Provincie heeft de plicht om zich optimaal in te spannen om verloren gelden (Landsbanki) terug te halen.
Investeren
D66 wil prioriteit voor investeringen in mobiliteit en extra geld voor openbaar vervoer uit de algemene dekkingsmiddelen bovenop de doeluitkering vanuit het rijk.Dekking van projecten door vastgoedontwikkeling is risicovol. De Provincie moet terughoudend zijn en niet investeren waar de markt niet aanwezig is of waar de markt zelf geen risico neemt. De Provincie stelt randvoorwaarden en geeft sturing. De markt moet het vastgoedrisico willen nemen en infrastructuur mede financieren.



